Bewogen geschiedenis om aan te raken

 
Een stad met een meer dan duizendjarige geschiedenis, vol afwisseling zoals in geen andere stad, dat is Lingen aan de Ems. De bewogen geschiedenis van de stad begint in het jaar 975, waarbij “Liinga“ het eerste keer in geschrifte genoemd wordt, sindsdien is de naam niet veranderd. De graven van Tecklenburg bouwen in het centrum van de tegenwoordige stad een burcht, waar omheen al snel een vestiging ontstaat..
 
In 1227 werd het nog een dorp genoemd. De vestiging krijgt in het begin van de 14de eeuw stadsrechten. Ongeveer in dezelfde periode verdedigen de jonge, ongetrouwde burgerzonen dapper de belegerde vestingstad – een heldendaad, waarmee ze het recht verwerven in de toekomst elke drie jaar op de markt van Lingen hun “Kivelingsfest”, een gildefeest, te vieren. Tegenwoordig komen duizenden mensen van heinde en verre om dit middeleuwse feest te bezoeken.

In 1551 verovert keizer Karel V de vestiging. Van toen af aan wisselden de machtsverhoudingen in Lingen vaker dan in vrijwel geen enkele andere Duitse stad. Afwisselend veroveren Spanje onder Phillips II en het koninkrijk der Nederlanden onder Willem van Oranje de strategisch belangrijke stad aan de Ems. De Vrede van Westfalen van 1648 maakt van Lingen een deel van Overijssel en daarmee een deel van Nederland. De stad komt voor een korte tijd in het bezit van de bisschop van Münster om daarna weer voorgoed een deel van Nederland te worden.

Tijdens hun heerschappij brengen de Oranjes vooral economische bloei, hoogstaand onderwijs en hun karakteristieke architectuur naar Lingen. Na de grote brand van 1548 wordt de stad stuk voor stuk nieuw opgebouwd, de burcht wordt verwoest (1607) en de vestigingen gevestigd (1632). Het zo genoemde “Gouden Eeuw“ van de Nederlanden strekt zich ook uit tot de stad aan de Ems. Handel en economie floreren. Veel tot aan vandaag karakteristieke gebouwen worden opgericht. Naast de in 1680 gebouwde Latijnse school, richt Willem III van Oranje 1697 een universiteit (de “Hohe Schule”) op, die tot 1820 bestaat. De historische gebouwen rond om de “Universitätsplatz” behoren ook nu nog tot de pronkstukken van Lingen.

Wanneer Willem III van Oranje in 1702 sterft, komt Lingen onder de heerschappij van Pruisen. Alleen de Fransen (1806 tot 1813) en het koninkrijk Hannover (1815 tot 1866) kunnen Pruisen dit bezit in de tussentijd nog betwisten. Vanaf 1867 – de stad behoort weer toe aan Pruisen – wordt Lingen de regionale hoofdstad, hetgeen pas verandert door de districtshervorming van 1977.

Tijdens de “industriële revolutie” beleeft Lingen een economische bloeiperiode. In 1856 wordt de werkplaats voor spoorwegherstel (“Eisenbahnausbesserungswerk”) geopend, in 1899 het Dortmund-Ems-kanaal. Daarentegen staat de eerste helft van de 20ste eeuw – zoals overal – in het teken van twee desastreuze wereldoorlogen en het nationaalsocialistische fascisme: ook de synagoge van Lingen brandt, Joodse families worden gedeporteerd en vermoord. Door gevechten in de laatste oorlogsdagen worden vele gebouwen in de binnenstad verwoest.

Sinds 1946 behoort Lingen tot de deelstaat Nedersaksen. Samen vormen de binnenstad en de levendige stadsdelen Altenlingen, Baccum, Bramsche, Brockhausen, Brögbern, Clusorth-Bramhar, Darme, Holthausen-Biene, Laxten en Schepsdorf de “grote zelfstandige stad Lingen (Ems)”. Tegenwoordig is hij met ongeveer 55.000 inwoners verreweg de grootse stad van het Emsland – een locatie met een sterke industrie- en energiesector, een aantrekkelijke woonstad in het groen en de cultuurmetropool van de streek.


Fotos v.o.n.u.: Headerfoto Stadt Lingen (Ems), Schöning Fotodesign